Geloofsleer

docent: dr Harmen de Vries
aantal lessen: ieder jaar 8, in totaal 24 lessen
versie 2020 – 2021

Het vak geloofsleer is een bijzonder vak. Het gaat ervan uit dat er een God is die zich bekend heeft gemaakt aan mensen, die op hun beurt daarover hebben bericht in een verzameling geschriften die wij de Bijbel zijn gaan noemen. De geloofsleer onderzoekt en ordent wat zij over God gezegd hebben en hoe anderen in de loop van de eeuwen hun gegevens hebben samengevat. Het huis waarin de geordende gegevens zijn samengebracht, heeft vanouds drie kamers: één gewijd aan God, de Schepper en Onderhouder, één aan Jezus Christus, de van God gezonden Verlosser, en één aan de Heilige Geest, Gods adem die levend maakt.
In drie opeenvolgende jaren openen wij de drie kamers, elk jaar één, om kennis te maken met de rijkdom aan gegevens die daarin opgeslagen liggen, en de vragen die deze gegevens bij ons oproepen te bespreken.
Kwesties die tijdens de lessen ter sprake komen zijn o.a. de vraag naar de verhouding tussen de goedheid van de Schepper en het kwaad in de wereld, de vraag naar de Bijbelse betekenis van Jezus’ dood en wederopstanding, en de vraag naar de precieze inhoud van het werk van de Heilige Geest in de schepping en de herschepping.

Harmen de Vries studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en concentreerde zich in zijn doctoraalfase op de vakken Nieuwe Testament en dogmatiek. Hij was pastor in enkele zorginstellingen en predikant in enkele gemeentes. Hij is thans als predikant verbonden aan de Pelgrimskerk te Amsterdam-Buitenveldert (PKN). In 2006 promoveerde hij aan de Vrije Universiteit op het proefschrift ‘Om heil en genezing te vinden’, een studie op het snijvlak van praktische, charismatische en Bijbelse theologie. Eind 2007 verscheen van zijn hand ‘Bid tot de Heer, geef plaats aan de arts’, dat handelt over het omgaan met ziekte in zorginstelling en kerk. In 2011 verscheen bij uitgeverij Boekencentrum zijn ‘Hoe worden de doden opgewekt?’, een bijbels-theologische studie over de contouren van het opstandingsbestaan.